Dictaat
Het spreekt vanzelf dat in de complexe structuur van een stad met al haar diensten, niet alle werkzaamheden op elkaar afgestemd kunnen worden. Iedereen kent de voorbeelden van herhaaldelijk opgebroken straten voor achtereenvolgens de riolering, de telefoon en de kabeltelevisie. Alleen in geval van een rigide en centraal geleid ‘stadservicecentrum’ zouden ogenschijnlijk zinloze en inefficiënte bewegingen voorkomen kunnen worden. De tol die daarvoor betaald zou moeten worden is hoogstwaarschijnlijk een eindeloze traagheid: wijken die jarenlang op verbetering van infrastructuur zouden moeten wachten omdat het waterleidingbedrijf voornemens is pas over drie jaar de hoofdleiding in een bepaald deel van de stad te vernieuwen.

De relatieve chaos van langs elkaar heen werkende instanties heeft als groot voordeel een mate van dynamiek, een vrijheid om in te springen, onverwachte kansen tot verbetering te benutten of om het hoofd te bieden aan urgente situaties. Wonderlijk is echter het feit dat de zelfstandigheid die de verschillende intanties kenmerkt niet lijkt door te werken naar de uitvoerders, werkers, bouwvakkers en al diegenen die verantwoordelijk zijn voor het fysieke tot stand komen van de stad, het beeld van de stad.

Het dictaat van regelgeving en werktekening enerzijds en de afstand tussen ‘ontwerper’ en uitvoerder anderzijds blijkt zo groot dat Kafka’s muze er vleugels van zou krijgen.

De achter het verkeersbord verdwenen klok in wijkpark het Oude Westen spreekt in dit verband boekdelen maar is zeker niet een op zichzelf staand voorbeeld.