VERVOLG
Paik zal in de jaren die volgen de monitor binnenste buiten keren, het beeld binnenste buiten keren, de recorder binnenste buiten keren, recyclen tot het op is.

In 1984 monteert Paik videobanden in een montagestudio van Montevideo voor zijn bijdrage aan de fameuze tentoonstelling "The Luminous Image" in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Een jonge editor, vereerd te mogen werken voor ‘the pope of video art’, vraagt om aanwijzingen. De meester slaapt echter.

Na voorzichtig en herhaaldelijk gekuch volgt steeds een traag ontwaken: ‘Very good, very good’ en Paik slaapt verder. Misschien wel tot de electrische stroom de ultieme weerstand heeft ondervonden en zijn Amerikaanse zilverkleurige auto’s nog slechts een weemoedig liedje van verlangen zingen in een druilerig Münster, niet ver van Wuppertal waar Nam June vieren-dertig jaar eerder zijn dertien gestoorde televisietoestellen, drie geprepareerde piano’s en ruismakers presenteerde in Galerie Parnass: "Exposition of Music-Electronic Television" (1963).

Voor de installatie ‘Megatron’ in het Guggenheim (Soho) in New York (1996) gebruikte Paik maar liefst 214 monitoren. Apparatuur schijnt in de jaren negentig geen probleem te zijn. Hardware: grootbeeldmonitoren, rijdende monitoren, monitoren gestapeld in de vorm van molenwieken. Op de derde Biennale van Lyon, bij Imago, the Second en het World Wide Videofestival onvoorstelbaar veel apparatuur gezien tegen het licht van het aarzelende begin van een enkele monitor en player. De software daarentegen lijkt van alle tijden.

pag. 1 | pag. 2