GROTE VERHALEN Rudy J. Luijters, 2000
Overweging bij project energielandschap
Toen de gebroeders Grimm in het begin van de 19e eeuw begonnen met het verzamelen van sprookjes uit Midden-Europa, hadden ze het idee dat ze net op tijd waren, of eigenlijk al iets te laat. Hoe weinigen waren nog in staat dat wat nog restte, door te vertellen; zoveel verhalen, sprookjes en mythes waren al verloren gegaan. De Grimms hebben uiteindelijk in dertien jaar tijd het collectief geheugen op de snijtafel gelegd en met precisie opgetekend wat zij te zien, in dit geval te horen, kregen.
Hoewel in een definitieve druk enige aantekeningen werden toegevoegd, hebben de gebroeders hun werk klinisch gedaan; interpretaties en analyses bleven achterwege. Later, met de opkomst van de psychologie, is duidelijk geworden dat de verhalen diep, heel diep wortelen in de europese cultuur en dat de rijke, vaak uiterst merkwaardige beelden ruimte hebben gegeven aan tal van ethische, pedagogische, theologische en psychologische dilemma’s.

De afgelopen jaren heeft in kringen van denkers de gedachte postgevat dat de ‘grote verhalen’ tot het verleden behoren, dat er niet langer sprake is van ontwikkeling van collectief gedeelde ‘structuren’ die richting geven aan het denken of handelen, of er de beelden van vormen.
Ik herinner me zo goed het grote optimisme dat reikte tot in de houten schoolbanken van een zich opbouwend Nederland: schepen die de wereld rond konden varen op een hoeveelheid brandstof zo groot als een turf. Vóór het eind van de eeuw zouden auto’s op water rijden en electriciteit uit ‘atoomcentrales’ komen. De mijnen werden als de bliksem dichtgegooid en daarmee oneindig veel verhalen over een heel tastbare onderwereld. De toekomst speelde zich voortaan af in laboratoria. Een wereld van witte jassen, efficiëntie, stalen kozijnen, veel glas en licht, inzicht.
En die duistere gestaltes?

Daar lijkt geen ruimte voor in die architectuur van de vooruitgang; onvoldoende nissen, kelders en zolders, het licht komt overal en lost schaduwen op. Bij het wandelen door de duinen ten noorden van Petten stuit de wandelaar op een oneindig hek dat aggressief duidelijk maakt dat wat er zich achter het hek bevindt niet bedoeld is voor argeloze vreemden. Er springen beelden in het hoofd: oostblokstrategiën, Kuifje, gevangenis. Wees vooral niet welkom.
Ik heb de bijzondere eer gehad binnen te mogen kijken. Feest! De vreugde van de vooruitgang die ik voelde toen ik nog een korte broek droeg, opnieuw beleefd. Pure opwinding over zichtbare wetenschap: het ‘Tsjerenkovlicht’, mythische ervaring, alsof je Prometheus’ getuige bent.
Zonnepanelen die op een andere manier vuur stelen, windturbines die je in het rijk van Klein Duimpje brengen, proefopstellingen voor het verbranden van biomassa, alsof je in een glazen bol kijkt...

pag. 1 | pag. 2