WEG MET DE NATUUR
Dit fragment is gelicht uit het voorwoord in de catalogus bij de tentoonstelling ‘Epifanie’, afgelopen jaar te zien in Heverlee, georganiseerd door het stedelijk museum in Gent gezamenlijk met het bisdom dat zetelt in dezelfde stad. Prachtige ten-toonstelling, schone publicatie met bevlogen artikelen van veel kunstenaars, en bovendien een bijdrage van Jan Hoet en Jan Koenot, jezuïet, filosoof en antropoloog. Met een voorwoord van de Bisschop van Gent, waaruit volgend citaat, dat een goed voorbeeld is van een, weliswaar archaïsch, idee over kunst of cultuur in relatie tot natuur, maar waarbij het mij vooral gaat om het volstrekt vanzelfsprekend gebruik van het begrip ‘natuur’, dat binnen de tekst van de bisschop klaarblijkelijk geen uitleg behoeft.

Citaat:
"Schoonheid vinden we in de natuur. Ze ligt daar voor het oprapen. Elk landschap is schoon. Stranden, venen en moerassen zijn schoon. Elk seizoen is schoon: zowel de winter als de zomer. Elk licht is schoon, nog meer dat van de opgang en de ondergang van de dag als de schittering van de middag. Elk weer is schoon, zowel dat met met het zwarte wolkendek als dat met de azuurblauwe hemel. Elke nacht is schoon, zowel de pikzwarte hemel als de met de maan en sterren versierde lucht. Je moet er alleen oog voor hebben."

En het citaat volgt:
"Zo eenvoudig is het niet met kunst. En is schoonheid wel een vereiste kwaliteit van kunst? Kunst is wel het sterkste facet van de cultuur. Ik geef nu aan het woord ‘cultuur’ een wat eigen betekenis en noem cultuur: elke veredeling van de natuur. Daarbij onderscheid ik cultuur van beschaving. Ik weet wel dat beide woorden ontstonden in de achttiende eeuw en toen ongeveer dezelfde betekenis hadden. Maar hier gebruik ik ze even in een verschillende betekenis. Cultuur is dan een bepaalde omgang met de stoffelijke realiteiten. We zouden kunnen zeggen: een positieve omvorming van de natuur."